Behandeling van het Kiss Syndroom

Het is belangrijk om de asymmetrie bij het kiss syndroom te laten behandelen door een daarvoor gekwalificeerde arts. De behandeling dient uiterlijk voor het einde van de peuter leeftijd plaats te hebben gevonden aangezien de asymmetrie dan nog relatief eenvoudig verholpen kan worden. In de peutertijd begint het kraakbeen te calcificeren, waardoor het kraakbeen in botweefsel wordt omgezet. Wanneer de botten volledig aangelegd zijn kan de asymmetrie moeilijker worden behandeld. Daarom is het belangrijk dat het kiss syndroom in een vroeg stadium wordt behandeld.

De behandeling van het Kiss syndroom wordt uitgevoerd door een speciaal opgeleide osteopaat, chiropractor of manueel therapeut. De behandeling bestaat voornamelijk uit technieken die de gewrichten en wervels van de baby voorzichtig in de juiste stand kunnen krijgen. De therapeut richt zich vooral op de bovenste nekgewrichten en de gewrichten rondom het bekken, maar overige wervels/gewrichten worden ook onderzocht door de therapeut.

De diagnose, voorafgaand aan de behandeling, vindt voornamelijk plaats in de zuigelingentijd. Door middel van röntgen foto’s van de nekwervels wordt een inschatting gemaakt van de ernst van het Kiss syndroom. Aan de hand van deze röntgen bevindingen wordt een behandelplan opgesteld.

Vaak zijn er meerdere gebieden die behandeling nodig hebben en het Kiss syndroom veroorzaken. De therapeut bepaald, samen met de röntgenfoto’s, welke gebieden een bepaalde intensiteit van behandeling nodig hebben. Het is niet altijd duidelijk hoe lang de baby behandeld dient te worden en dit moet blijken uit de effectiviteit van de behandeling.

De behandeling van het Kiss syndroom is erg belangrijk, omdat symmetrie van de nekgewrichten een belangrijke rol speelt in de motorische ontwikkeling. Vooral voor de ontwikkeling van het evenwicht is het belangrijk dat het nek- en bekkengewricht recht staat. Het kan zijn dat kinderen spierpijn overhouden als gevolg van de behandeling en het is verstandig om de eerste weken na de behandeling het kind weinig te behandelen, omdat dit een averechts effect kan hebben. Twee weken na de behandeling wordt doorgaans een nieuwe afspraak gepland om het effect van de therapie te evalueren.

Baby’s reageren over het algemeen goed op de manuele therapie, maar de baby moet goed in de gaten gehouden worden. Na een behandeling hoeft het kiss syndroom niet meteen verholpen te zijn en het kan ook nog terugkeren. In dat geval is het verstandig om nog een afspraak te maken met de therapeut. Ook wanneer alles goed lijkt te gaan met de baby kan het verstandig zijn om nog een paar controle afspraken voor het kind.